Als het buiten glad is of wordt, dan zorgt de gemeente ervoor dat de doorgaande wegen en fietspaden zo goed mogelijk begaanbaar blijven.

Waar strooit de gemeente?

De gemeente zorgt ervoor dat alle dorpen minimaal via één gestrooide route bereikbaar zijn. Verder strooit de gemeente op alle doorgaande wegen, fietspaden en busroutes. Met buurgemeenten is afgestemd waar de een begint en waar de ander ophoudt. Waar dat handiger uitkomt, strooien zij soms een stukje op elkaars grondgebied. Niet alle gemeenten strooien op hetzelfde moment, zodat het kan voorkomen dat een weg maar gedeeltelijk is gestrooid.


In woonstraten strooit de gemeente niet. Strooizout werkt alleen als het goed ingereden wordt en in woonstraten is het verkeer daar niet intensief genoeg voor. Verder gaat de gemeente zuinig om met strooizout, vooral omdat het schadelijk is voor het milieu.


Hoe?

Het is belangrijk dat het zout al op de weg ligt voordat het glad wordt. Er wordt met nat zout gestrooid, omdat de dooiwerking daarmee beter is. Bovendien waait het zout dan niet weg. De hoeveelheid zout hangt af van het type gladheid. Bijvoorbeeld voor sneeuw is meer zout nodig dan voor opvriezende weggedeelten.


Wanneer?

Op de drie koudste plekken van de gemeente zijn meetpunten in de wegen aangebracht: in Zeijen, Eelde en Zeegse. Zodra op die plekken de wegdektemperatuur onder nul zakt en de vochtigheid hoog is, gaat de gemeente strooien.