Over de hele wereld zijn circa dertig bloemencorso’s en Drenthe heeft er drie. De meeste corso’s, zowel groot als klein, staan al jarenlang op de Nederlandse erfgoedlijst. De wens is er al langer om gezamenlijk op de internationale lijst van UNESCO te komen. De corso-organisaties in ons land bundelden daarvoor hun krachten in de Corsokoepel en werken samen met het ministerie en Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed om de gewenste erkenning te krijgen. Met het voorstel van Van Engelshoven lijkt die er te gaan komen.

‘Boost voor Drenthe’

“We wisten dat dit eraan zat te komen en als het allemaal doorgaat, kan dat een geweldige boost voor de bekendheid van Drenthe betekenen”, reageert Jacqueline Haijkens, voorzitter van de Bloemencorso Eelde. “Al duurt het nog wel één à twee jaar voordat je echt op zo’n lijst staat, want er zitten nogal wat regels aan verbonden. Binnenkort moeten we een voordracht inleveren, waarin onderbouwd moet worden waarom onze corso op de lijst thuishoort. Vervolgens is het afwachten of de voordracht goedgekeurd wordt.”

“Desondanks zijn we héél blij met een mogelijke plek op de lijst”, gaat Haijkens verder. Binnen de Corsokoepel wordt het voorstel van de minister breed gedragen. “Als het zover komt, hopen we ook op meer betrokkenheid van de provincie. De gemeente Tynaarlo steunt ons al op geweldige wijze, maar we zouden graag meer betrokkenheid van de provincie Drenthe willen. De corso’s zetten Drenthe op de kaart, maar provinciale subsidie krijgen we helaas niet. Er wordt ook niet gemotiveerd waarom niet”, besluit ze.

In toekomst wel subsidie van provincie?

Provinciewoordvoerder Eddy Beuker begrijpt dat corso-organisaties graag aanspraak zouden maken op provinciale subsidie. “De provincie verleent wel subsidies, maar dat gebeurde in het verleden af en toe en niet structureel. Dus ik snap het punt van de Bloemencorso Eelde”, stelt Beuker. Het nieuwe college wil daar volgens hem verandering in brengen door wél structureel subsidie te verlenen voor evenementen op het snijvlak van cultuur en vrije tijd, ook als ze al jaren bestaan.

“De provincie wil zelf geen onderscheid in evenementen maken, dus hebben we alle Drentse gemeenten gevraagd om zelf evenementen aan te dragen voor vaste subsidie. Dit voorjaar hopen we dat overzicht te hebben en wellicht zitten daar ook bloemencorso’s bij”, legt Beuker uit. Hij wil graag ook nog een misverstand uit de wereld helpen. “Want wel of geen subsidie, ook de provincie Drenthe is trots op de bloemencorso’s.”

Frederiksoord op de kaart

Joost Ottink, voorzitter van Bloemencorso Frederiksoord, heeft ook al een uitnodiging op zak van de Corsokoepel om verder te praten over de mogelijke voordracht en alles wat daarbij komt kijken. “En natuurlijk gaan we daar graag op in”, zegt hij enthousiast. “Het voorstel van de minister is natuurlijk heel positief en draagt eraan bij dat bloemencorso’s geen ondergeschoven kindje zullen worden. Elke vorm van aandacht zorgt ervoor dat je op de kaart komt te staan en landelijke erkenning natuurlijk helemaal.”

De bloemencorso in Frederiksoord is toe aan een jubileumeditie en viert in 2020 het zestigjarig bestaan. “Als we uiteindelijk op zo’n UNESCO-lijst komen te staan, biedt dat ook weer perspectief richting de toekomst. En dan denk ik aan het meegaan met de tijd, de aankleding en het betrekken van de jeugd bij de corso. We kunnen samen nog meer doen dan nu. Want hoe het ook gaat, het kan altijd beter. En dan helpt het zeker mee als onze corso landelijke erkenning krijgt.”

‘Blij voor grotere corso’s’

Rudolf Guichelaar, voorzitter van Bloemencorso Elim, noemt een plekje van de Nederlandse corsocultuur in de UNESCO-lijst ‘een goed idee’. Volgens hem kan dat zorgen voor meer aanzien, al is dat voor de bloemencorso in Elim niet per se een noodzaak. “Wij staan er al goed op in de gemeente Hoogeveen en zijn heel blij met de aandacht die onze corso jaarlijks krijgt”, motiveert hij.

Volgens hem is het bescheiden karakter van de corso belangrijker dan de wens om door te willen groeien. “Dat zou door zo’n erfgoedstatus best kunnen hoor, begrijp me goed. En natuurlijk is iedereen hier welkom. Maar de saamhorigheid onder Elimmers en de veiligheid is veel belangrijker. Iedereen die een steentje aan de corso bijdraagt, leeft ervoor en geniet ervan. Groei is voor ons niet nodig. Als die erfgoedstatus er komt, ben ik vooral blij voor de grote corso’s in bijvoorbeeld Eelde, Sint Jansklooster en Zundert. Hopelijk biedt het hen meer mogelijkheden om zich te laten zien.”

Lees ook: