“Sinds maandag ben ik thuis aan het werk. Het bedrijf waarvoor ik werk is gesloten. Dat betekent dat ik niet veel naar buiten ga.” Dat zegt Annemien Schipper uit Paterswolde. Ze woont bijna vier jaar in Shanghai in China, het land dat in de ban is van het coronavirus. Er zijn inmiddels meer dan 1300 mensen aan overleden.


Bloedserieus

Aanvankelijk deden Schipper en haar vrienden wat lacherig toen vorige maand de eerste berichten over virus naar buiten kwamen. “Ik had begin januari een griepje en het is hier in China dan gebruikelijk dat je dan gelijk naar een arts gaat. Bij aankomst in de praktijk nam de assistente me meteen apart en moest ik een hele vragenlijst invullen met vragen over bijvoorbeeld waar ik wanneer was geweest.”

De arts was bloedserieus, zegt de Drentse. “Als ik me binnen vier dagen niet beter zou voelen, moest ik terugkomen en waarschijnlijk in quarantaine.” Zover kwam het voor haar niet. Schipper kon 23 januari ook gewoon op haar geplande vakantie naar Laos. “Toen hoorden we dat de eerste doden waren gevallen en dat veel bedrijven dicht waren. Ook het bedrijf waar ik werk. Mijn vakantie werd met een week verlengd.”

Mondkapjes

De Drentse kwam in Shanghai terecht om haar masterstudie af te ronden en kreeg daarna een baan als marketingmanager bij een Nederlandse distributeur voor zuivel- en oliegerelateerde producten. “Ik werk nu dus thuis en heb vooral digitaal contact met collega’s en vrienden. De meeste restaurants en sportcomplexen zijn dicht.”

Druk maakt Schipper zich niet. “Het is alleen vervelend dat veel vluchten gecanceld zijn, waardoor je China niet makkelijk uit kunt. Maar verder zijn er goede voorzorgsmaatregelen getroffen. Iedereen loopt met mondkapjes en overal zijn middelen om je handen te reinigen.”

Irritatie

De manier waarop er wereldwijd bericht wordt stoort haar soms wel. “Soms denk ik: oh mensen… Natuurlijk is het ernstig en zijn er mensen overleden, maar het gebeurt wel vooral in de provincie waarin Wuhan ligt. Er wordt wel paniek- en sensatienieuws naar buiten gebracht, waarvan ik denk: jongens, waar zijn we mee bezig?!”